In deze rubriek vind je alle info over een groot aantal Afrikaanse instrumenten. Je vindt er tevens ook alle bijkomende info over het desbetreffende instrument, zoals; onderhoud, vervangen van een vel of snaren, het maken van een instrument,....
![]() |
||
Het is niet echt nodig het belang te onderstrepen van de trom in de Afrikaanse muziek. Over de hele wereld beschouwt men dit instrument als het meest typerende van de Afrikaanse muziekinstrumenten. Sommige niet-Afrikanen denken zelfs dat men in Afrika alleen trommen kent. Toch is de trom ongetwijfeld het instrument dat het beste uitdrukking geeft aan de diepste gevoelens in zwart Afrika. Bij de trommen zien we een enorme verscheidenheid aan materialen, vormen, manieren van gebruik en taboes.
Door de eeuwen heen zijn ze hetzelfde gebleven en nog steeds zijn ze enorm populair over het hele continent. Ze wisten zich altijd te handhaven en pasten zich ook aan buiten Afrika, op de lange reizen tijdens de afschuwelijke slavenhandel en ook daarna. De trom belichaamt de ware aard van de zwarte Afrikaanse muziek: een muziek die zich uitdrukt in dansende ritmes. Alle echte Afrikaanse muziek kan zo gekarakteriseerd worden, maar dat komt vooral omdat in de zwarte muziek de trom alomtegenwoordig is. Zelfs wanneer in sommige spelletjes de trom niet meedoet, wordt zij vervangen door handgeklap, gestamp of het ritmisch herhalen van bepaalde onomatopeeën, allemaal bedoeld om het tromgeroffel te imiteren.
![]() |
||
Zelfs bij minder plechtige gebeurtenissen spreekt de trom.
Bijvoorbeeld wanneer er een nieuwtje of een boodschap doorgegeven moet worden van het ene dorp naar het andere. De kunst en de techniek van de getrommelde hoodschap hebben een hoge graad van pettectie bereikt. Het is echter niet zo dat elke Afrikaan een boodschap per trom kan begrijpen of verzenden, dat geldt alleen voor degenen die hierin getraind zijn.
De instrumenten en de speeltechniek, evenals de taal die overgebracht wordt, variëren van streek tot streek. Zo gebruiken de Yoruba uit Benin en Nigeria een kleine, dubbelvellige trom in de vorm van een zandloper. Het instrument wordt onder de arm gehouden en bespeeld met een gebogen stok. De vellen zijn gespannen door middel van koorden die de speler met zijn onderarm kan aandrukken waardoor de toonhoogte verandert. Zo kunnen alle klanken van de gesproken taal gemaakt worden. Deze zandlopertrom (tama bij de Wolof en kalengou bij de Hausa) verzendt echt een gesproken bericht, dat wil zeggen, de speler regelt de druk van zijn onderarm zodanig dat hij tonen produceert die overeenkomen met de klanken van het woord dat hij uitzendt. Dit spelen van een gesproken boodschap op een trom werkt het beste hij een toontaal, zoals het Yoruba of bepaalde Bantoe-talen. Dankzij de wisselende druk van de onderarm kunnen alle nuances van de gesproken taal weergegeven worden, inclusief in elkaar overlopende klanken en onomatopeeën. Er zijn natuurlijk een aantal woorden met dezelfde muzikale klank en om verwarring te voorkomen moeten de musicus en de toehoorder een bepaalde
code kennen om elkaar te kunnen begrijpen. De taal die op deze zandlopertrommen gespeeld wordt is echter vrij eenvoudig vergeleken met andere vormen van getrommelde boodschappen.
![]() |
||
In vele landen kent men de zandlopertrom niet als overbrenger van boodschappen. In plaats daarvan gebruikt men een instrument zonder vellen, gemaakt van een zorgvuldig uitgezochte boomstam. De boomstam is van binnen zorgvuldig en behendig uitgehold. Het resultaat is een holle cilinder met in de lengte een spleet met twee tongen, een vrouwelijke en een mannelijke. De tongen hebben een verschillende dikte zodat zij een verschillende toon geven.
De gemiddelde spleettrom is ongeveer één meter lang. De minimumlengte is 50 cm en de maxirnumlengte is ongeveer 2.30 m. De diameter kan gaan tot een meter, maar is meestal 25-40 cm. De spleettrom brengt slechts twee tonen voort, soms drie. Vandaar dat boodschappen bijna altijd gecodeerd zijn en bestaan uit een aantal metaforische zinnen
die gebruikt worden voor verschillende, maar vergelijkbare gebeurtenissen.
Zo wordt de komst van blanken, politiemensen of andere vreemdelingen in het dorp aangegeven door dezelfde standaardzin: `Ze zijn er... Ze zijn er...’ Wanneer de vissers terugkeren met hun vangst klinkt altijd dezelfde boodschap: `De karper is er... de karper is er... hij wil geld... hij wil geld...’ - waarna de kopers in spe zich naar de oever van de rivier haasten waar een kano wacht vol karpers...
Sommige spleettrommen hebben een eigennaam die meestal bestaat uit een gezegde, een symbool of een raadsel: `Pijn is niet dodelijk’, `De dood kent geen meester `, `De rivier stroomt altijd in zijn bedding’, `Met één arm kun je geen oorlog voeren’, `Vogels stelen niet van een veld zonder oogst’, `Weet je wat klets zegt ?’ (antwoord: `De zweep op een achterste’), enzovoort.
Deze namen dienen niet alleen om het instrument aan te duiden, maar ook om de deugden ervan over te dragen op het instrument of om de musicus en zijn omgeving te herinneren aan de waarheden en de morele regels waarop het dagelijks leven gebaseerd is.
Soms herinnert een naam er ook aan bij welke gelegenheden de trom gespeeld moet worden: men gebruikt niet dezelfde trom om vrolijke gebeurtenissen en een overlijden aan te kondigen. `Dansers stel jullie op’ is de naam van het instrument waarmee de dans aangekondigd wordt.
Hoewel de spleettrom bij Afrikakenners vooral bekend staat als een overbrenger van boodschappen, moeten we niet vergeten dat zij ook een muziekinstrument is dat dansen begeleidt. Vandaar het volgende raadsel dat verwijst naar deze twee aspecten: `Ik heb thuis een dode gevangene, maar wanneer ik het wil, spreekt hij tot alle mensen in het land of zingt om ze te laten dansen. Wie is deze gevangene ?`
De worstelwedstrijden van de Bantoe op het dorpsplein beginnen altijd met dansen. Twee partijen staan tegenover elkaar. Voordat de kampioenen van beide partijen hun plaatsen innemen op het dorpsplein temidden van het publiek, dansen zij op het ritme van de spleettrommen die de lofzingen van de worstelaars: `Kampioen heeft ooit iemand je kunnen evenaren ? Wie heeft het ooit van je gewonnen ?... Die arme mensen van Bassem denken dat ze je kunnen verslaan met een of andere arme drommel die zij hun kampioen noemen... Maar wie kan jou ooit evenaren ?’.
![]() |
||
Deze plaatsen zijn niet voor iedereen toegankelijk. Er hangt een magische sfeer op deze plaatsen en de trommen worden vereerd als bovennatuurlijke wezens. Sommige instrumenten komen slechts zelden en ook maar kort tevoorschijn uit hun bergplaats. Zo halen de Kouyou uit Kongo-Brazzaville de zeven heilige trommen van het Ikouma-genootschap alleen tevoorschijn bij een begrafenis. Ze worden bespeeld vanaf het moment dat ze tevoorschijn komen tot ze weer opgeborgen worden, nadat ze de bezweringen begeleid hebben op de begraafplaats.
Het is onmogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle gelegenheden waarbij trommen klinken en van de rol die zij daarbij spelen. We kunnen ze zelfs niet allemaal beschrijven: een snelle inventarisatie zou geen recht doen aan de indrukwekkende verscheidenheid. Het lijkt ons beter een aantal typen te beschrijven waarvan ook opnamen bestaan die een redelijk beeld geven van een van de meest karakteristieke
aspecten van het Afrikaanse leven.
![]() |
||
De zandlopertrom heeft in theorie een oneindig bereik omdat de toonhoogte afhangt van de druk die uitgeoefend wordt op de spankoorden, terwijl de spleettrom slechts twee of drie tonen heeft. Alsof ze dit wilden compenseren hebben de Malinké-musici uit Guinee, Mali en een deel van Senegal een trom uitgevonden die lijkt op een xylofoon en die meer dan drie tonen heeft. De xylofoon-trom bestaat uit een lang uitgehold stuk hout met spleten in de lengterichting. Elk paar spleten van verschillende lengte vormt een tong met een eigen toonhoogte. In feite is het een houten cilindertrom zonder vel.
Bij de Dogon uit Mali spelen trommen eveneens functionele muziek tijdens de kanaga-dans. Bij deze dans worden grote maskers in de vorm van een kruis gebruikt, die de krokodil voorstellen op wiens rug de voorouders van de Dogon de rivier de Niger overstaken om zich te vestigen op de kliffen van Bandiagara, waar hun afstammelingen nu nog wonen.
In grote delen langs de kust van West-Afrika worden ook trommen met één vel gebruikt om boodschappen over te brengen (de djembé). Sommige radiozenders maken hier gebruik van. `Vooruitgang in dienst van de traditie’ schijnt het devies te zijn van Radio-Ghana. Dit station laat al jaren aan de nieuwsberichten een opname van zulke trommen voorafgaan die... Engels ‘spreken’!
De herkenningsmelodie die de luisteraars opwekt te luisteren naar het nieuws wordt gespeeld door twee trommen die zeggen: ‘Ghana, listen... Ghana, listen’ met de volgende noten:
"C "G "C "C... "C "G "C "C
Hoewel de voornaamste functie van deze trommen het overbrengen van boodschappen is, vormen ze ook regelmatig orkesten. Ze behouden echter hun typerende kenmerken en maken een soort muziek waarin het ritme en de klank van de spraak doorklonken. Meestal zijn er zes trommen die doen denken aan een gezin van vader, moeder en vier kinderen.
Dit is ook het geval bij de Senoufo-slagwerkgroep Grinpri waarvan een opname gemaakt is in Ivoorkust. De hoofdtrom is zo groot dat zij schuin gehouden moet worden om haar te kunnen bespelen; zij wordt dan gesteund door een paal in de grond. Zij heeft één vel en wordt bespeeld met houten stokken. Deze grote trom wordt alleen bespeeld ter ere van een stamhoofd of andere belangrijke figuren. Haar harde slagen dienen als rituele begroeting en overstemmen de andere trommen. Drie kleinere trommen met één vel spelen intussen steeds dezelfde ritmische patronen waarbij een ijzeren bel het ritme ondersteunt.
Ten slotte zijn er nog twee eenvellige trommen die gestemd zijn op twee belangrijke tonen van de gesproken taal. Deze worden door één man bespeeld met twee hamervormige stokken. Met hun ritmische gesproken muziek dragen zij bij aan het levendige karakter van dit bijzondere ensemble. De opname van Yoruba-trommen bespeeld door een groep professionele musici lijkt hierop. Het is een orkest van griots uit het Oyo-gebied in West-Nigeria.
De Yoruba wonen zowel in deze streek als in Benin. Gilbert Rouget presenteert de groep als volgt: `Een ensemble van trommen zoals we in deze opname horen, moet bij voorkeur uit zes instrumenten bestaan. Twee is echter het minimum. De kleinste trom geeft een constant ritme aan om de tweede trom te ondersteunen (iya ilou : moedertrom) die een reeks ritmische frasen van verschillende lengte speelt die op allerlei manieren gecombineerd worden. Zo ontstaan hele `gesproken` zinnen volgens de wijdverbreide Afrikaanse techniek van de op trommen geslagen taal...’. Een ander voorbeeld is een opname van een slagwerkgroep bij de Ba-Kongo-Nseke die een stuk spelen dat men soms hoort aan het eind van een periode van rouw.
De belangrijkste trom (de moeder) is een bijna cilindrische trom waarvan het vel in het midden bedekt is met een harsachtige substantie. De hoeveelheid hars bepaalt de toonhoogte van de trom. De bespeler draagt aan elke pols een bolvormige rammelaar
waarvan het geluid de trom begeleidt. Behalve de ‘moeder’ zijn er nog twee cilindertrommen met een vel zonder hars. Alle drie worden ze met de handen bespeeld.
![]() |
||
In andere delen van Afrika wordt de wrijftrom dan ook gebruikt om de panter na te bootsen. In Ivoorkust is een opname gemaakt van de muziek die gespeeld wordt tijdens het bezoek van de onafscheidelijke Pondo Kakou en Goli, de twee machtigste beschermgeesten van het dorp.
De Baoul‚ roepen Pondo Kakou en Goli te hulp wanneer er een epidemie is of om een overspelige vrouw te straffen... Zij zijn de morele politieagenten en de schuldige moet aan hen verantwoording afleggen.
Afgezien van de speciale gelegenheden waarbij zij gevraagd worden naar het dorp te komen, komen ze regelmatig uit zichzelf en bij iedere nieuwe maan gaan ze bet dorp rond om de kwade geesten te verdrijven.... Bij een dergelijk bezoek laat Goli zijn panterstem horen - de panter is een gevaarlijk dier en een symbool van zowel kracht intelligentie.
Er is nog een soort trom die het vermelden waard is.
Het is de watertrom of gui dounou van de Malink‚ (Guinee, Mali, Senegal). Zij komt ook voor bij de Senoufo uit Ivoorkust, Burkina Faso en Mali. De gui dounou bestaat uit twee grote, halve kalebassen gevuld met water die naast elkaar staan. In het water drijven twee kleinere kalebassen met de bolle kant naar boven. Ze worden bespeeld met een uit een kalebas gesneden lepeltje dat dient als slagstok. Het niveau van het water is zo geregeld dat de drijvende kalebassen elk een eigen toon voortbrengen. Deze watertrommen hebben een aangenaam geluid en ze worden vaak door vrouwen bespeeld, vooral bij de Senoufo. Er bestaan verschillende opnamen van.
De dorpen van de Senoufo liggen meestal dicht bij een `heilig bos` waar de poro, een geheim genootschap van mannen, zijn inwijdingingsrituelen houdt. In dit bos worden ook de maskers en bepaalde muziek-instrumenten bewaard. Ze worden alleen tevoorschijn gehaald wanneer ze nodig zijn voor een bepaald ritueel. Meestal worden deze instrumenten, vooral de trommen, slechts door mannen bespeeld, zoals in de meeste Afrikaanse gemeenschappen. Daarom is de opname van een `vrouwentrom` interessant.
Hij is gemaakt bij de Senoufo. Het instrument dat te horen is, is echter niet de watertrom, zoals te verwachten was. Deze vrouwen bespelen een trom die normaal alleen door mannen bespeeld wordt. Niet alle Senoufo-vrouwen mogen echter deze trom op vier poten bespelen die hoort bij het vrouwelijke poro-genootschap; alleen de vrouwen van de Fodonon-stam hebben dit recht.
Wij zullen hier niet verder ingaan op de rol van de trom bij inwijdingsrituelen.
Het bespelen van de trom is het voorrecht van de man en de muziek van de trommen bepaalt ook voor een groot deel het spirituele en mystieke leven van de zwarte Afrikanen. Een voorbeeld hiervan zijn de bata-trommen die de Yoruba uit Benin gebruiken om hun goden te begroeten en eer te bewijzen. Er bestaan prachtige opnamen van bata-trommen, die vaak in paren bespeeld worden: De kleinste speelt een vast ritme. De grootste begroet de goden (Orisha) in het Nago. De trommen zijn conisch van vorm en op het grootste vel zit een plakkaat van hars waarmee de trom gestemd wordt. In de trom zit een belletje dat bij elke slag meeklinkt.
De Ba-benzete-Pygmeeën gebruiken een enigszins vergelijkbare set van drie éénvellige trommen: een mannelijke (motopai), een vrouwelijke (maitou) en een kind (mona). De houten romp heeft de vorm van een zandloper. Het vel is van antilopehuid en wordt over het grootste uiteinde gespannen met behulp van lianen. De spanning van het vel wordt geregeld met een aantal grote houten wiggen.
De vrouwelijke trom is kleiner dan de mannelijke, maar heeft dezelfde vorm. De trommen worden evenwijdig aan elkaar op de grond gelegd en de spelers gaan er schrijlings op zitten om ze met hun blote handen te bespelen. Ze kunnen bepaalde tonen dempen of van hoogte veranderen door met een hiel tegen het vel te drukken.
In de Afrikaanse hofrnuziek wordt veel gebruik gemaakt van slaginstrumenten en in het bijzonder van trommen. Er bestaan verschillende prachtige opnamen van een Rwandees slagwerkorkest, bestaande uit zeven koninklijke trommen die vroeger de macht symboliseerden van de mwami, de koning.
De koninklijke familie van Rwanda die afkomstig was van de Tutsi (ongeveer 17% van de totale bevolking) is omvergeworpen door de Hutu (meer dan 80% van de bevolking). Vandaar dat de opnamen uit 1954-1955, dat wil zeggen van voor de val van de monarchie, nu van historische waarde zijn. In deze opnamen worden de zeven koninklijke trommen bespeeld door degenen die hiertoe het recht hadden. Dit privilege was voorbehouden aan leden van de aristocratie en het ging over van vader op zoon. Terwijl de ongeveer tien musici gelijktijdig speelden, werden de grote trommen met hun doffe klank in evenwicht gehouden door mannen van lage afkomst die voor de musici neerhurkten. Het geheel is vrij monotoon, wat wellicht symbolisch is voor de zelfgenoegzaamheid van de betreffende monarchie. Een interessanter aspect van de muziek is de stem van een zanger die de koning lof toezingt, maar helaas komt die niet erg goed uit op de plaat.
De muziek van het hof omvat niet alleen lofzangen en amusementsmuziek, maar begeleidt ook de dagelijkse handelingen van de monarch. Een voorbeeld hiervan is de opnarne van een orkest van zes trommen waarmee de mwami vroeger gewekt werd. Hierbij werden de zes trommen door één man bespeeld, terwijl een ander de lof zong van de zes heilige trommen die koninklijke symbolen waren.
![]() |
||
Zij vestigden hun eerste koninkrijk in Tenkodogo, voordat zij zich ook verspreidden in het noorden tot aan Ouagadougou en Ouahigouya. In elk van deze drie steden zetelt nog steeds een traditioneel stamhoofd, de moro naba. De moro naba van Ouagadougou is de belangrijkste van de drie. Hij is de opvolger van Nab Oubri, de stichter van de dynastie.
De opnamen waarover we hier spreken, zijn gemaakt aan het hof van Naha Tigré, de naba van Tenkodogo. Dit is het traditionele orkest dat voor hem alleen speelt. Het bestaat uit twaalf trommen (zes grote binha-kalebassen, vier dubbelvellige ganguado-trommen en twee luinssé-zandlopertrommen).
Dit orkest wordt geleid door de bend naba (de leider van de tromspelers) en het begeleidt de stem van de griot Tala Kéré die de geschiedenis voordraagt van de naba’s van Tenkodogo. Het is een indrukwekkend historisch document dat van generatie op generatie doorgegeven is zonder de steun van het geschreven woord! De trommen van het orkest van Naba Tigré zijn in feite degenen die `spreken`, terwijl de zanger slechts vertaalt of beter gezegd, transporteert. Dit komt nog duidelijker naar voren in de tweede opname waarin de solospeler Bend Naba zijn trom laat `spreken` terwijl Bila Balima zijn stem gebruikt om de klanken om te zetten.
Ook in de zeer afwisselende Batnum-muziek vinden we een aantal voorbeelden van muziek zoals die aan de hoven gemaakt werd. Maar waar komen de Bamum vandaan, deze forse krijgers en landbouwers met hun grote neuzen, relatief lichte huidkleur en weidse gebaren die vooral de vrouwen een bepaalde elegantie schenken die eerder aan Juno dan aan Aphrodite doet denken? Volgens de traditie ligt hun bakermat in het dorp Rifoum ten noordoosten van de steppevlakte waar zij nu wonen, in het uiterste westen van Kameroen.... Zij vermengden zich met verschillende naburige stammen zoals de Tikar, de Mboum en de Bamiléké en hun land werd in de loop van de tijd een waar kruispunt van rassen en beschavingen, vooral toen ‘aan het begin van de negentiende eeuw de Foulbe-schaapherders, geleid door de profeet Ousman Dan Fodio, op de Bamurn-hoogvlakte verschenen’. De Bamum behielden echter hun individualiteit dank zij een politieke structuur die volledig draaide om de koning en zijn paleis, een grote omheinde ruimte die nog steeds het centrum is van Foumhan, de Bamum-hoofdstad. De koning is een absolute monarch die tegelijkertijd wetgever, rechter, generaal en maecenas is, Bamum-kunst (...) ontstaat bij koninklijk decreet.
'De kunst van de Bamum is dus geen volkskunst, maar hofkunst. Daarnaast is de Bamum-muziek een intertribale kunst waarin de verschillende invloeden samenkomen die het land ondergaan heeft. Dank zij deze culturele diversiteit is er een enorm scala aan muziekinstrumenten die slechts in bescheiden mate gebruikt worden.' Dit citaat komt uit de inleiding van Louis C.D. Jos bij de opname van Danses et chants bamoun. De opnamen zijn gemaakt aan het hof van de sultan van Foumban in aanwezigheid van sultan Seidou Njoya Njimouluh.
Eén van de onderdelen van deze opname is de `Muziek voor de ophanging van een minister’, waaruit, ondanks het gebruik van vijf slaginstrumenten (drie ijzeren bellen en twee trommen) een soberheid klinkt die het lugubere karakter van het geheel nog benadrukt. Het ritme blijft van begin tot eind vrijwel hetzelfde en onderstreept het vonnis dat uitgesproken is over de minister die schuldig bevonden is aan een ernstig misdrijf dat alleen bestraft kan worden met de dood.
Terwijl het onverstoorbare en dreigende geluid van het slagwerk klinkt, vertaalt een heraut met geëmotioneerde stem de betekenis van de muziek:
Deze muziek klinkt alleen als er een gegronde reden is.
Iedereen die haar hoort vraagt zich angstig af
Is het voor mij, is het voor mijn buurman?
Daarin ligt het gevaar.
Voor een afrond achter een afgrond
Deze muziek heeft geen vrienden.
Zij is alleen maar goed wanneer zij verdwijnt,
En dodelijk wanneer zij naderbij komt.
![]() |
||
Natuurlijk zijn er behalve de trommen een groot aantal andere slaginstrumenten, zoals bellen en kalebassen. Sommige Afrikaanse musici lukt het zelfs bepaalde slagwerk-effecten uit melodische instrumenten te halen. Het bewijs hiervan zijn een solo’s op de éénsnarige luit of op de harpluit (kora, seron). Deze neiging om melodische instrumenten voor percussieve doeleinde te gebruiken, zien we ook in andere `zwarte` muziek. Zwarte
Amerikaanse bassisten uit de jaren dertig tokkelden de snaren zodanig dat de noten begeleid werden door het ritme van de snaren die terugsprongen tegen de hals van het instrument.
Zelfs de menselijke stem ontkomt niet aan dit verlangen naar percussie-effecten:
sommige Afrikaanse zangers bewegen hun tong snel in de mond heen en weer zodat deze beurtelings de binnenkant van beide wangen raakt. Bovendien hebben sommige Afrikaanse talen percussieve elementen; dit geldt bijvoorbeeld duidelijk voor het Bantoe uit Zuid-Afrika. Miriam Makeba gebruikt deze `klikken` in de traditionele Zoeloe-liederen die onderdeel zijn van haar repertoire











